Minateda de Tolmo

Op zoek naar Visigotisch Spanje bezocht ik één van de grote parques arqueológicos in Castilie-La Mancha. Het ligt langs de snelweg van Albacete naar Murcia. Het parque heeft de naam van het nabijgelegen dorpje, Minateda de Tolmo, maar het ligt even buiten het dorp op een heuvel midden in de vlakke vallei. Het was dus […]

Op zoek naar Visigotisch Spanje bezocht ik één van de grote parques arqueológicos in Castilie-La Mancha. Het ligt langs de snelweg van Albacete naar Murcia. Het parque heeft de naam van het nabijgelegen dorpje, Minateda de Tolmo, maar het ligt even buiten het dorp op een heuvel midden in de vlakke vallei. Het was dus even zoeken voordat ik mijn auto op het moderne parkeerterrein parkeerde en verbaasd keek naar het moderne gebouw aan de voet van de bergachtige heuvel. Het gebouw was net geopend en herbergt het nieuwe centro de interpretación van het parque. In Spanje kom je bij elke interessante kerk of opgraving een centro de interpretación tegen, een klein museum dat uitleg geeft over de geschiedenis van het gebouw. Dit centro is echter enorm groot in vergelijking met de andere die ik gezien heb. Modern ingericht, met een filmzaal en computeranimaties van de gebouwen waarvan men de fundamenten heeft opgegraven. In het centro werden we verwelkomd door de schoonmaakster. “De directeur is een groep scholieren aan het rondleiden”, vertelde ze. We kregen een kaart met de wandelroute naar de opgraving van haar en wij begonnen aan een wandeling naar de top van de heuvel.

Strategische plek

Om op de bergachtige heuvel te komen wandelen we met een grote boog om de berg heen. We lopen langs de kant waar een droge rivierbedding ligt en kijken naar de overkant waar Minateda de Tolmo ligt. Tussen de struiken loopt een hertje en boven in de lucht hangt een roofvogel. Vogels fluiten en konijntjes rennen vooruit. De heuvel naast ons steekt als een voorsteven van een schip uit het landschap. Rotsblokken zijn door erosie en aardbevingen los gekomen en hangen half in de lucht. Een indrukwekkend gezicht. Deze bergachtige heuvel ligt op een strategische plaats net naast een eeuwenoude handelsroute die van de havenstad Cartagena naar het binnenland leidt. De berg ligt in een vruchtbare vallei. Dat zien we wanneer we boven op de heuvel staan en om ons heen de groene landerijen zien. Daar bovenop lag ooit een fort dat uitkeek over de vlakte. Op deze plek woonden ooit Iberiërs, Romeinen, Visigoten en Moren. Zij bouwden er hun stad. Na de verovering door een ander rijk kreeg de stad een nieuwe naam. De naam van de stad, het bestuur, de religie en de cultuur veranderde door de eeuwen heen, maar de handel bleef. Dat die handel belangrijk was is te zien aan de ingesleten karrensporen op de enige toegangsweg naar de stad. De toegangsweg helt via een bocht naar de verdwenen toegangspoort. We klimmen verder omhoog naar de stad en stuitten op de resten van de oude stadsmuur..

Stadsmuur en Toegangspoort van Ilunum

De Iberiërs sloten de toegang tot de berg als eerste af met een muur. Toen de Romeinen in 200 voor Christus arriveerden en deze Iberische stad overnamen bouwden zij voor de Iberische muur een nieuwe stadsmuur met een mooie toegangspoort. Boven de toegangspoort graveerden de Romeinen een tekst. In de jaren veertig én in de jaren tachtig en negentig hebben archeologen nog enkele stenen met tekst teruggevonden. Door nauwkeurig te zoeken en te combineren hebben onderzoekers van de universiteit van Alicante en het museum van Albacete de tekst boven de toegangspoort kunnen reconstrueren. Hij staat op een muur geschilderd van het centro en is ook terug te lezen in een artikel van Lorenzo Abad Casal van de universiteit van Alicante. Er stond waarschijnlijk: Imperator Caesar Augustus pontifex maximus tribunicia, potestate XV consul XI Imperator XIII murum et portam, ilunitanis ob fidem (?) eorum dedit, Lucius Domitius Aheobarbus legatus eius pro praetore dedicavit, Nerone Claudio Druso Tito Quinctio consulibus. [vertaling: …] Bijzonder knap dat men op basis van vijf gevonden stenen met enkele inscripties deze puzzel heeft kunnen oplossen. Wanneer we langs de overblijfselen van de muur lopen zien we nog een steen liggen met de tekst “CEASAR A, POTESTA”. Het lijkt net echt en misschien is dat ook wel zo. Nadat het Romeinse Rijk was ingestort en Hispania door de veroveringstochten van de Vandalen, de Alanen en de Suaven en later de Visigoten was binnengevallen verviel de stad. Voor hun stadsmuur bouwden de Visigoten een nieuwe verdedigingsmuur. Deze muur bezat ook een toegangspoort, maar waarschijnlijk veel kleiner en minder fraai. De Visigoten gebruikten voor de bouw van “hun” muur stenen uit de Romeinse en Iberische muur. De stenen met de gegraveerde teksten zullen zo ongetwijfeld een plek in de nieuwe muur hebben gevonden.

Eio

Wij klimmen verder de heuvel op. Boven op de heuvel ligt een complex van een voetbalveld groot met fundamenten uit verschillende bouwperioden. Het ziet er ingewikkeld uit. De routebeschrijving en de borden op verschillende plekken geven uitleg bij wat er ooit gestaan heeft. Op een plek zijn de fundamenten van een Visigotische basiliek en een bisschoppelijk paleis zijn door archeologen in de jaren negentig van de vorige eeuw opgegraven. Het zijn de overblijfselen van de basiliek van de Visigotische stad Eio (of Elo). Eio was in de zesde en zevende eeuw een stad met een bisschopszetel. Een belangrijke stad voor de Visigoten. Niet alleen vanwege de handel, maar ook vanwege de belangrijke strategische plaats in het zuiden van het Iberisch Schiereiland. Rond het midden van de zesde eeuw hadden de Byzantijnen het zuiden van het Iberisch Schiereiland veroverd. De Byzantijnse keizer Justinianus  (555-567) zette zich in om het Romeinse Rijk te herstellen, de Recuperatio Imperii. Justinianus wilde Hispania heroveren op de barbaarse volkeren en zond in 552 troepen naar het zuidoostelijke deel van het Iberisch Schiereiland. De troepen bezetten het gebied wat we nu Andalusië, Murcia en een deel van Valencia noemen. De stad Eio lag precies in het grensgebied tussen het rijk van de Visigoten en de gebieden onder controle van de Byzantijnen. De Visigoten bouwden er een basiliek en installeerden er een bisschop. Omdat er een paleis naast stond moeten hier ook belangrijke bijeenkomsten hebben plaatsgevonden. De bisschop van Eio was op een bepaald moment ook bisschop van Illici.  Tijdens enkele Concilies in Toledo tekende de bisschop van Eio ook als bisschop van Illici (Eio y Illici). Illici, het huidige Elche in de provincie Allicante, was in deze periode zeker een betwiste stad. Het kan zijn dat door de veroveringen van de Byzantijnen het bisdom in Elche ‘tijdelijk’ verplaatst werd naar Eio om later weer als aparte bisschop geïnstalleerd te worden. Eio was door zijn strategische ligging een vooruitgeschoven post voor de Visigoten in het zuidoosten. Dit zou ongeveer 50 jaar zo blijven. Rond 619 veroverde de Visigoten Malaga en sloten ze een zeer voordelige vrede met de Byzantijnen. De Byzantijnen bleven alleen nog aanwezig in Cartagena. Mogelijk dat vanaf die periode de stad Elo een minder prominente rol had in het Visigotische Rijk en dat er nog maar één bisschop resideerde.

De Basiliek van Eio

Het grondplan van de basiliek is nog uitstekend te zien. Het ligt midden op de heuveltop met uitzicht op de omliggende vallei en bergen. Aan de pilaren te zien had de basiliek een schip en twee zijschepen, gescheiden door pilaren. Aan de voorkant van het middelste schip lag het baptisterium, een afgesloten ruimte met in het midden een soort zwembad in de vorm van een kruis. Aan de oostelijke en westelijke zijden waren treden, zodat men aan de westelijke zijde in het bad kon lopen en aan de oostelijke zijde er uit. Men kon dus na de doop als het ware meteen doorlopen, de kerk in, en de eerste mis bijwonen. Het koor van de basiliek was, zoals bij alle Visigotische kerken, een afgesloten ruimte voor de clerici. Het “gewone” volk kon toekijken of luisteren, de mis werd achter schotten gevierd. Aan beide zijde van het koor was een toegang. In het zuiden tot de sacristie, in het noorden tot het naastgelegen bisschoppelijk paleis. Door deze toegang kwamen de geestelijken en eventueel de elite. Ten zuidoosten van de basiliek zijn enkele graven te zien, uitgehouwen in de rotsige grond. De april zon schijnt en ik wandel om het complex. Er is voldoende informatie op de borden langs de rand en het zicht op de omgeving is indrukwekkend. Door de borden met reconstructietekeningen kan je goed inbeelden hoe het hier in de zesde en zevende eeuw er uitgezien kan hebben. Overigens zijn er prachtige computeranimaties van de basiliek en het paleis in het centro de interpretación.

Madinat Iyuh

In 711 veroveren de Moren het Iberisch Schiereiland en wordt ook Eio een Moorse stad. Zij noemen hun stad op deze berg Madinat Iyuh. Eio is waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk verwoest en met het materiaal hebben de Moren nieuwe woningen gebouwd. Het hele stratenpatroon van de Visigotische stad is veranderd. Er kwamen kleine woningen met kleine steegjes en straatjes waar amper één persoon doorheen kon lopen. De archeologen hebben de laag met overblijfselen uit de Moorse tijd voor een groot deel verwijderd om de Visigotische stad en basiliek en het paleis te kunnen tonen. De enige Moorse overblijfselen zijn de muren van het fort en het fundament van een Moors huisje dat naast de basiliek ligt. In het centrum staat tafel met twee glasplaten die over elkaar geschoven kunnen worden. Op de onderste glasplaat staan de fundamenten van Eio. Op de bovenste glasplaat die van Madinat Iyuh. Wanneer je ze over elkaar heen schuift zie je hoe complex de opgraving moet zijn geweest. Boven op de berg wordt heel duidelijk dat hier eeuwen lang mensen hebben gewoond die het materiaal van hun voorgangers hergebruikten om te bouwen. De Visigoten gebruikten de Romeinse stenen en materialen om hun woningen te bouwen, de Moren gebruikte die van hun voorgangers. De stad wordt aan het einde van de middeleeuwen verlaten. In de vallei krijgt een plaats de naam Medinatea wat later wordt veranderd in Minateda.

Zie ook de website van Minateda de Tolmo